Rb. Midden-Nederland 8 december 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5985
Verweerder heeft aan de faunabeheereenheid Utrecht een ontheffing verleend voor verjaging met afschot van knobbelzwanen om daarmee belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Deze ontheffing is in de beslissing op bezwaar in stand gebleven. De ontheffing mag vanaf 1 december gebruikt worden. Verzoekers hebben tijdens een lopende beroepsprocedure een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat vanaf 1 december knobbelzwanen worden afgeschoten. De voorzieningenrechter geeft op basis van de relevante geschilpunten tussen partijen een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit. Daaruit volgt dat de voorzieningenrechter vooralsnog in het besluit geen grote onrechtmatigheden ziet. Verweerder mocht daarom in dit geval een doorslaggevend belang toekennen aan het voorkomen van belangrijke landbouwschade. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de ontheffing te schorsen totdat uitspraak is gedaan in de beroepsprocedure van verzoekers. Het verzoek wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Midden-Nederland 30 november 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5183
- Rb. Noord-Nederland 4 mei 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1883
- ABRvS 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1160
- ABRvS 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3976
- Rb. Den Haag 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10754
- Rb. Den Haag 22 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:13809
- ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2234
- ABRvS 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3209
- ABRvS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1649