Rb. Midden-Nederland 15 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3154

Trefwoorden: procesbelang, belanghebbendheid, dierproeven, bevoegdheid CCD Wetsartikelen: Wet op de Dierproeven, Transportverordening, handhavingslijn NVWA Samenvatting: Het gaat om een wijzigingsaanvraag voor het verrichten van dierproeven. Drie eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van [eiseres 3] en [eiseres 1] niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn bij het primaire besluit. [eiseres 2] is wel ontvankelijk verklaard in haar bezwaar en dit bezwaar is deels gegrond verklaard. Verweerder heeft het bezwaar van [eiseres 3] terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van [eiseres 3] is ongegrond. De rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat [eiseres 1] wel een eigen en rechtsreeks belang heeft bij de bezwaar- en beroep[eiseres 2]procedure en dus belanghebbende is. Anders dan [eiseres 1] en [eiseres 2] is de rechtbank van oordeel dat verweerder onbevoegd is over het transport van hoogdrachtige runderen te oordelen. Omdat verweerder wel bevoegd was te oordelen of de hoogdrachtige runderen onder de uitzondering van het transportverbod vielen, maar in het bestreden besluit heeft aangegeven zich onbevoegd te verklaren om hierover een oordeel te vormen en daarbij het inhoudelijke oordeel over te laten aan de NVWA, is sprake van een gebrek in de besluitvorming. De door verweerder in het verweerschrift weergegeven inhoudelijke beoordeling van het vervoer van hoogdrachtige runderen ziet de rechtbank echter als een herstel van dit geconstateerde zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Op basis van het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel ziet de rechtbank geen reden om een uitzondering te maken op het transportverbod zoals opgenomen in de Transportverordening. Verweerder had wel, op grond van de Wet op de Dierproeven, moeten toetsen aan de drie V’s (vervanging, vermindering, verfijning) in het kader van de gewijzigde projectaanvraag, omdat deze toetsing op grond van de Wod onderdeel uit maakt van projectbeoordeling. [eiseres 1] en [eiseres 2] hebben naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat niet wordt voldaan aan de drie V’s bij de wijzigingsaanvraag van het project. De rechtbank verklaart het beroep voor zover ingediend door [eiseres 1] en [eiseres 2] gegrond en bepaalt dat [eiseres 1] ontvankelijk is in haar bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover daarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank bepaalt dat de overige rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen