Rb. Midden-Nederland 10 juni 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2420

Kort geding. Inkoopprocedures van een gemeente voor jeugdhulp in de vorm van specialistische GGZ (SAS-procedure) en flexible assertive community treatment (open-houseprocedure). Eerste geschilpunt: Heeft de gemeente op de juiste wijze toepassing gegeven aan artikel 2.12 Jw en de omliggende rechtsregels voor wat betreft het vaststellen en inzichtelijke maken van de tarieven? Oordeel: Er is in het kader van de inkoopprocedures te weinig inzicht geboden in de totstandkoming en het realiteitsgehalte van de tarieven, in het licht van de relevante kostprijselementen. Dat zal de gemeente dus alsnog moeten doen (in het kader van de inkoopprocedures). Tweede geschilpunt: Heeft de gemeente in strijd gehandeld met het aanbestedingsrechtelijke proportionaliteitsbeginsel voor wat betreft de voorwaarden voor de intensiteit (het aantal uren per week) en de duur (het aantal maanden) van de behandeling? Oordeel: De voorwaarden rondom de intensiteit (het aantal uren per week) van de behandeling zijn onduidelijk in het licht van uiteenlopende uitingen van de gemeente, zodat niet kan worden beoordeeld of zij proportioneel zijn. De gemeente zal duidelijkheid moeten bieden. Ten aanzien van de duur van de behandeling (het aantal maanden) geldt niet dat de voorwaarden disproportioneel zijn. Slotsom: Als de gemeente de inkoopprocedures wil voortzetten, zal zij een aantal gebreken daaraan moeten herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken