Rb. Midden-Nederland 18 februari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:712
NPO Soul & Jazz op de analoge kabel, einduitspraak artikel 2.1 van de Mediawet, artikel 2.21 van de Mediawet, punt 88 van de Commissiemededeling Deze uitspraak is het vervolg op de tussenuitspraak van 5 juni 2019 (ECLI:NL:RBMNE:2019:2905). De rechtbank is van oordeel dat de Minister zich – voor het verlenen van instemming aan de NPO voor het definitief verspreiden van NPO Soul & Jazz via de analoge kabel – heeft mogen baseren op het advies van het Commissariaat van de Media (Commissariaat) en de analyse van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Met zijn aanvullende motivering heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat het Commissariaat zich terecht heeft beperkt tot de vraag of “verspreiding” van NPO Soul & Jazz via de analoge kabel voldoet aan de publieke mediaopdracht. Het is namelijk aannemelijk gemaakt dat het kanaal NPO Soul & Jazz als zodanig al eerder is beoordeeld als passend binnen de publieke mediaopdracht. Verder is met de aanvullende motivering duidelijk geworden dat de ACM ook de situatie mét NPO Soul & Jazz op de analoge kabel heeft afgezet tegen die zonder NPO Soul & Jazz op de analoge kabel. Daarmee heeft verweerder zich ervan vergewist dat kan worden uitgegaan van de markteffectenanalyse van de ACM. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken hersteld. Daarom laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Dit betekent dat de verleende instemming aan de NPO geldig blijft.
De uitspraak op rechtspraak.nl