Rb. Midden-Nederland 2 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5231
Hoewel verdachte op papier niet de bestuurder was van de rechtspersoon, is vastgesteld dat hij wel de feitelijk leidinggevende was. Geen pseudo-verkoop. Witwassen van tweeënhalve ton aan contanten. Geen direct verband tussen een concreet grondmisdrijf en contante stortingen. Na beoordeling aan de hand van het hiervoor geldende toetsingskader concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat deze gelden uit misdrijf afkomstig zijn. Veroordeling voor een serie vermogensdelicten: bedrieglijke bankbreuk, flessentrekkerij, medeplegen van verduistering, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, (poging tot) oplichting en verzekeringsfraude, het voorhanden hebben van vervalste merkkleding, (medeplegen van) witwassen en valsheid in geschrift. Verdachte heeft veel slachtoffers fors financieel benadeeld. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte de intellectuele dader is. Oplegging van een gevangenisstraf van 4 jaren waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Tevens ontzetting van het recht tot uitoefening van werkzaamheden als bestuurder van een B.V. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn van berechting voor een groot deel aan verdachte kan worden toegerekend, wordt slechts geconstateerd dat van een zodanige overschrijding sprake is. Vordering benadeelde partij, zijnde een rechtspersoon: toewijzing van afschrijvingskosten op (kostbare) apparatuur die de benadeelde na enkele jaren retour heeft ontvangen. Nu benadeelden rechtspersonen zijn, komt de gevorderde BTW niet voor toewijzing in aanmerking en wordt geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl