Rb. Midden-Nederland 3 februari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:459

Invordering verbeurde dwangsom evenredig? Handhaving, formele rechtskracht, bevoegdheid, verjaring, bewindvoering, overtreding, evenredigheid invordering verbeurde dwangsom, motiveringsgebrek. Aan eiser is een last onder dwangsom opgelegd, vanwege het vervoeren van inbrekerswerktuigen. Dit is op grond van de APV verboden. Tegen deze last heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend en het besluit heeft dan ook formele rechtskracht gekregen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom onbevoegd is genomen door de burgemeester. Dit had het college van burgemeester en wethouders moeten zijn. Eiser is hierdoor echter niet in zijn belangen geschaad. De rechtbank vindt ook dat eiser, anders dan hij zelf meent, een overtreding heeft begaan. De bij hem aangetroffen gereedschappen zijn aan te merken als inbrekerswerktuigen. Daarmee is de dwangsom dus verbeurd. Er is geen sprake van verjaring, omdat verweerder een stuitingshandeling heeft verricht. De rechtbank vindt echter dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of invordering van de verbeurde dwangsom in dit geval evenredig is. Verweerder was er voor het nemen van het bestreden besluit al mee bekend dat eiser begeleid woonde en dat hij een verstandelijke beperking heeft. Ook was eiser bezig om aangemeld te worden voor schuldhulpverlening en is melding gemaakt van het feit dat hij onder bewind staat. Deze omstandigheden zijn niet bij de besluitvorming betrokken. Het beroep is daarom gegrond en verweerder moet een nieuw besluit op het bezwaar van eiser nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken