Rb. Midden-Nederland 16 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4448

Uitleg over de toepassing van de indexering van artikel 2.148a, tweede lid, van de Mediawet. Hoewel het mediabudget van 2018 niet hoger kan worden vastgesteld, is er sprake van procesbelang. De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zal de wijze van indexering namelijk ook bij budgettoekenning over latere jaren toepassen. De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 2.148a, tweede lid, van de Mediawet volgt dat het gehele bedrag dat is bedoeld in het eerste lid, jaarlijks geïndexeerd moet worden. Dit betekent dat de rijksmediabijdrage en de Ster-inkomsten geïndexeerd moeten worden. Het mediabudget van 2018 is in strijd met artikel 2.148a, tweede lid, van de Mediawet berekend. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en laat de rechtsgevolgen in stand omdat het mediabudget van 2018 is toegekend overeenkomstig de aanvraag. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen