Rb. Midden-Nederland 15 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4442
Binnen welke termijn moet de AP een klacht afhandelen in de zin van artikel 77 van de AVG? Trefwoorden: AVG, klacht, verzoek om handhaving, redelijke termijn, artikel 77 en 78 van de Avg, overweging 141 bij de AVG Samenvatting Eiser heeft een klacht ingediend bij verweerder, omdat een handelsinformatiebureau zijn persoonsgegevens zonder toestemming verwerkt. Eiser wil gebruikmaken van zijn recht op vergetelheid. Deze klacht is gebaseerd op artikel 77 van de AVG en moet worden gezien als een verzoek om handhaving. Eiser heeft vervolgens een beroep niet-tijdig bij de rechtbank ingesteld, omdat volgens hem niet tijdig tot een afronding van de klacht is gekomen. De rechtbank heeft in deze uitspraak vastgesteld wat de verplichtingen zijn van verweerder bij de afhandeling van een klacht als bedoeld in artikel 77 van de AVG. Hierbij heeft de rechtbank artikel 78 van de AVG toegepast en daarbij de uitleg in overweging 141 van de AVG en de parlementaire geschiedenis van de UAVG betrokken. De rechtbank komt tot de conclusie dat de AP verplicht is om: - eiser binnen drie maanden ófwel een bericht van de voortgang te sturen ófwel zijn klacht geheel af te handelen. Als de klacht niet binnen drie maanden is afgerond moet de AP: - de klacht binnen een redelijke termijn afhandelen; - en eiser tussentijds binnen een redelijke termijn op de hoogte houden van de voortgang en informeren of er onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit is vereist. De rechtbank heeft het beroep van eiser aan de hand van die vereisten beoordeeld en geconcludeerd dat nog geen sprake is van niet-tijdig beslissen. Van doorslaggevend belang is dat de afhandeling van de klacht van eiser onderdeel uitmaakt van een groot en complex onderzoek naar datahandel en dat dit onderzoek ook gaat over landsgrensoverschrijdende verwerkingen van persoonsgegevens. Verweerder heeft eiser verder voldoende op de hoogte gehouden van de afhandeling van zijn klacht. De inhoud en frequentie van de voortgangsberichten zijn in orde. Het beroep niet-tijdig is daarom niet-ontvankelijk en er zijn geen dwangsommen verbeurd.
De uitspraak op rechtspraak.nl