Rb. Midden-Nederland 23 september 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4318

Het geschil ziet op een huurovereenkomst van een stacaravan op een recreatiepark. De kantonrechter is van oordeel dat de stacaravan als geheel gekwalificeerd moet worden als een onroerende zaak. Art. 7:114 lid 1 BW bepaalt dat de huurkoopovereenkomst ter verkrijging van woonruimte, in dit geval een stacaravan, door een niet-professionele partij niet vormvrij is. Er dient een notariële akte te worden opgemaakt. Dat is niet gebeurd. De kantonrechter vernietigt de huurkoopovereenkomst op grond van artikel 7:114 lid 3 BW. Nadat de kantonrechter is overgegaan tot vernietiging op grond van artikel 7:114 lid 3 BW, kan de kantonrechter in die situatie overgegaan tot toekennen van een gebruiksvergoeding aan de huurverkoper.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken