Rb. Midden-Nederland 24 juni 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2302

Bevoegdheidsincident. Kernvraag is of de wederpartij (eiseres) van een Cypriotische aanbieder van Contracts for Difference (CFD's) (gedaagde) een "consument" is in de zin van de Brussel Ibis-Vo. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De overeenkomst is totstandgekomen doordat eiseres heeft geklikt op een advertentie op social media voor cryptomunten (dus niet CFD's). Zij was werkzaam als medewerkster in een caravanstalling. Niet gesteld is dat zij voor of na de overeenkomst op enigerlei wijze actief is geweest in het beleggen in (complexe) financiële producten. Dat zij heeft verzocht om aangemerkt te wordden als "professioneel belegger" in de zin van de MIFID-Richtlijn, is niet relevant. De Nederlandse rechter is dus bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van eiseres. Ook voor zover deze gebaseerd zijn op het leerstuk van oneerlijke handelspraktijken, omdat de onderliggende feiten onlosmakelijk met de overeenkomst verbonden zijn. Omdat sprake is van een consumentenovereenkomst, is de forumkeuze voor de Cypriotische rechter niet geldig (art. 19 Brussel Ibis-Vo), zodat er geen grond is voor aanhouding van het oordeel over de bevoegdheid totdat de forumkeuzerechter heeft geoordeeld (art. 31 lid 4 Brussel Ibis-Vo). (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2020:2301, ECLI:NL:RBMNE:2021:5725)

De uitspraak op rechtspraak.nl