Rb. Midden-Nederland 28 april 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1659

Verdachte is veroordeeld voor het stalken van een reclasseringsmedewerker en een familielid, bedreiging van familieleden en vernieling van een ruit. Daarnaast is er ook een vordering tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf. De voorlopige hechtenis van verdachte is na de zitting onder voorwaarden geschorst. Kort daarna is verdachte aangehouden omdat hij één van de bijzondere voorwaarden van zijn schorsing, te weten het contactverbod, had overtreden. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de persoon van verdachte en de uitgebrachte Triple rapportage, het neurologische rapportage en het rapport van de Reclassering. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf van 300 dagen opgelegd, met aftrek van het voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij worden als bijzondere voorwaarden opgelegd: - een meldplicht - een ambulante behandelverlichting - meewerken aan controle op alcoholgebruik Daarnaast wordt aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegde in de vorm van een contactverbod met de betrokken slachtoffers voor de duur van twee jaar. Bij elke overtreding zal er een vervangende hechtenis van 7 dagen worden toegepast, met een maximum van 6 maanden. Van zowel de bijzondere voorwaarden en het toezicht van de reclassering en de vrijheidsbeperkende maatregel is bepaald dat deze dadelijk uitvoerbaar zijn. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging wordt de proeftijd met één jaar verlengd. Bij vonnis wordt de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen