Rb. Midden-Nederland 12 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1365
Ongegrond beroep van een jonggehandicapte tegen de vaststelling van het maatmaninkomen naar aanleiding van een maatmanwissel. Aanvangssalaris vs. feitelijke inkomsten als zelfstandige. 6 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten Samenvatting: De rechtbank heeft uitspraak gedaan op het beroep van een jonggehandicapte tegen de vaststelling van het maatmaninkomen voor het bepalen van de hoogte van de Wajong-uitkering. Eiseres heeft na het behalen van haar masterdiploma verweerder gevraagd om een maatmanwissel toe te passen. Zij is kort daarvoor ook begonnen als zelfstandige en vindt dat verweerder bij het bepalen van het maatmaninkomen moet uitgaan van haar feitelijke inkomsten als zelfstandige. Verweerder heeft het maatmaninkomen vastgesteld op basis van het aanvangssalaris dat hoort bij het beroep waarvoor eiseres een opleiding heeft gevolgd, omdat het maatmaninkomen niet op een adequate manier kan worden vastgesteld op basis van de feitelijke inkomsten als zelfstandige. De rechtbank kan dit volgen. Er is ook geen sprake van een ander uitzonderlijk geval. Verweerder heeft terecht functies gebruikt die alleen uitgaan van het door eiseres behaalde diploma. De overige behaalde competenties spelen geen rol, omdat deze niet het resultaat zijn van een opleiding van enige duur en zwaarte. Terecht geen rekening gehouden met een specifieke cao, aangezien deze slechts een van vele cao’s is waar eiseres onder zou kunnen vallen. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl