Rb. Midden-Nederland 20 december 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6276
Ontbreken spoedeisend belang handhaving tegen cabinekamperen Voorlopige voorziening, belanghebbende, mandaat, spoedeisend belang, handhaving, rusttijden, Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om op te treden tegen het zogenaamde cabinekamperen van vooral buitenlandse vrachtwagenchauffeurs. De voorzieningenrechter vindt dat verzoekster kan worden aangemerkt als belanghebbende gelet op de inhoud van haar statuten. Of de aan derde-partij gelieerde vennootschappen een zelfstandig belang hebben bij deze procedure, kan in de bodemprocedure nader worden onderzocht. Het besluit is verder bevoegd genomen en verzoekster heeft, anders dan derde-partij betoogt, bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek echter af omdat er geen spoedeisend belang is. Verzoekster heeft na het primaire besluit lange tijd gewacht om haar verzoek bij de rechtbank in te dienen. Daar zijn geen goede redenen voor. De voorzieningenrechter vindt dat een indicatie dat spoedeisend belang ontbreekt. Los daarvan heeft verzoekster het spoedeisende belang ook niet concreet onderbouwd. Zij stelt dat een chauffeur die bij zijn vrachtwagen de normale wekelijkse rusttijd doorbrengt en die geen goede slaapfaciliteit in zijn cabine heeft, moet worden gezien als een chauffeur die helemaal niet uitgerust de weg op gaat en daarom een gevaar op de weg is. Dat is niet juist. Weliswaar mag de chauffeur niet bij zijn cabine de normale wekelijkse rusttijd doorbrengen en is dat reden tot handhaving, maar – omdat hij wel vrijelijk over zijn tijd heeft kunnen beschikken – heeft hij wel gerust. Dat een chauffeur die de normale wekelijkse rusttijd heeft doorgebracht in een slecht ingerichte cabine, evident een gevaar op de weg is, heeft verzoekster wel gesteld maar verder niet op enige manier concreet onderbouwd. Tot slot vindt de voorzieningenrechter dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet is bedoeld om bij wijze van voorlopige maatregel een andere, volgens verzoekster effectievere manier, van handhaving af te dwingen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl