Rb. Midden-Nederland 19 december 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6067
Eiseres heeft een gastouderbureau. Tijdens een controle door de GGD is vastgesteld dat niet is voldaan aan alle verplichtingen die voor gastouderbureaus gelden. Verweerder heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd. Daarbij heeft eiseres een termijn gekregen om de overtredingen te beëindigen. Na afloop van die termijn heeft de GGD vastgesteld dat nog niet aan alle voorwaarden is voldaan. Verweerder heeft daarom een dwangsom van € 25.000,- ingevorderd. Verweerder is terecht tot handhaving overgegaan. De last onder dwangsom zoals die is opgelegd, maakt het mogelijk dat eiseres € 187.500,- aan dwangsommen verbeurt. Het beroep is gegrond, omdat verweerder niet per overtreding heeft gemotiveerd welke dwangsom in verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Daarbij had verweerder bijvoorbeeld rekening moeten houden met de omvang van het gastouderbureau van eiseres, met het door de overtreding te behalen financiële voordeel en met de overige individuele omstandigheden van eiseres.
De uitspraak op rechtspraak.nl