Rb. Midden-Nederland 7 november 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5226

Wob, MH17, Eccairs-meldingen en omgevingsdocumenten, Bijzonder openbaarmakingsregime, Ongegrond artikel 7.2, bezien in samenhang met artikel 7.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart (zoals deze bepalingen luidden ten tijde van belang); artikel 7.1, vierde lid van de Wet Luchtvaart (zoals in werking getreden op 10 juli 2019); artikelen 10, 13, twaalfde lid, en 15 van de Verordening (EU) nr. 376/2014; artikel 10 EVRM. Eiseres heeft bij verweerder een verzoek ingediend op grond van de Wob. Eiseres heeft haar verzoek beperkt tot meldingen over de veiligheidssituatie in het luchtruim boven de Oekraïne van voor 17 juli 2014, waaronder ook Eccairs-meldingen. Verweerder stelt dat deze documenten niet onder hem aanwezig zijn. Verder stelt verweerder dat de 2 Eccairs-meldingen uit 2014 die hij wel heeft gevonden, buiten het openbaarmakingsregime van de Wob vallen. De Wob wordt opzij gezet door art. 7.2 van de Wet luchtvaart (Wl), zoals dat luidde ten tijde van belang, en het openbaarmakingsregime van de Verordening (EU) nr. 376/2014 (Verordening). Eiseres bestrijdt dat art. 7.2 van de Wl en de Verordening de Wob opzij zetten. Voor zover dat al zo is, is art. 7.2 van de Wl volgens eiseres een te smalle interpretatie van de Verordening. Art. 13, twaalfde lid, van de Verordening, maakt het de lidstaten namelijk mogelijk meldingen geanonimiseerd verstrekken. Over de stelling dat er geen documenten over incidenten in het luchtruim boven de Oekraïne bij verweerder zijn, stelt eiseres dat als een document bestaat maar niet bij verweerder is, dat document moet worden gezocht, of het verzoek moet worden doorgeleid naar het bestuursorgaan waar het document is. Ter zitting heeft eiseres verder aangevuld dat er bij de Eccairs-meldingen omgevingsdocumenten moeten zijn die onder het verzoek vallen. Eiseres doet verder een beroep op art. 10 van het EVRM. Tijdens de zitting heeft eiseres de rechtbank verder gevraagd om, als de rechtbank verweerder volgt in het standpunt dat de Eccairs-meldingen en omgevingsdocumenten niet openbaar mogen worden gemaakt, zich toch in het belang van de openbaarheid uit te laten over de vraag of Nederland onvoldoende (snel) maatregelen heeft genomen naar aanleiding van een waarschuwing over de veiligheid in het Oekraïense luchtruim. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder terecht dat ten aanzien van de Eccairs-meldingen art. 7.2 van de Wl, en het bijzondere openbaarmakingsregime van artikel 15 van de Verordening gelden. Op grond van art. 7.2 van de Wl zijn gegevens ontvangen uit een melding van een voorval of ontvangen van een lidstaat van de EU naar aanleiding van een soortgelijke melding in die lidstaat, niet openbaar. Art. 10 van de Verordening bepaalt verder uitputtend hoe en aan wie meldingen over voorvallen worden verstrekt. Eiseres behoort niet tot de in de Verordening genoemde belanghebbenden, zodat de verzoekprocedure van art. 10 van de Verordening niet voor haar open staat. Het beroep van eiseres op art. 13, twaalfde lid, van de Verordening, slaagt niet. Die bepaling voorziet, net als art. 7.2 van de Wl, niet in een (aparte) verzoekprocedure voor geanonimiseerde informatievoorziening. Het standpunt van eiseres dat onder verweerder omgevingsdocumenten bij de Eccairs-meldingen moeten berusten, althans dat verweerder op zijn minst verder had moeten zoeken of het verzoek had moeten doorzenden, slaagt evenmin. Daargelaten of de omgevingsdocumenten onder het Wob-verzoek vallen en er omgevingsdocumenten bij verweerder zijn, is op die documenten ook art. 7.2 van de Wl en het openbaarmakingsregime van art. 15 van de Verordening van toepassing. Het beroep van eiseres op art. 10 EVRM slaagt evenmin. Met art. 7.2 van de Wl, bezien in samenhang met art. 15 van de Verordening, is inmenging in het recht om inlichtingen van de overheid te ontvangen, immers bij wet voorzien. De rechtbank komt ook niet tegemoet aan het verzoek van eiseres om zich in het belang van de openbaarheid inhoudelijk uit te laten over de vraag of Nederland onvoldoende (snel) maatregelen heeft genomen naar aanleiding van een waarschuwing over de veiligheid in het Oekraïense luchtruim. De rechtbank mag de meldingen op grond van het strikte openbaarmakingsregime niet inzien en heeft dat ook niet gedaan. Bovendien acht de rechtbank zich niet bevoegd om zich in deze procedure op een dergelijke manier uit te laten. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken