Rb. Midden-Nederland 5 november 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5145

recht op zorgtoeslag, BRP-adres artikel 24a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) Deze uitspraak gaat over het recht op zorgtoeslag en het hebben van een geldig BRP-adres. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen recht heeft op zorgtoeslag, omdat hij niet langer met een geldig adres in de BRP staat geregistreerd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. In de Awir of de Wet op de zorgtoeslag is geen grondslag te vinden dat het hebben van een geldig BRP-adres een vereiste is voor het recht op zorgtoeslag. Daar komt bij dat uit de Memorie van Toelichting bij de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit volgt dat het woonadres geen toetsingscriterium is voor het materiële recht op zorgtoeslag. Het recht op zorgtoeslag sluit namelijk aan bij het verzekerd zijn voor zorgkosten. Wel is het zo dat bij gerede twijfel over het adresgegeven de uitbetaling van de toeslag kan worden vastgehouden. Dit kan zowel bij een voorschot (artikel 16, zevende lid, aanhef en onder a, van de Awir) als bij een definitieve toekenning (artikel 24a van de Awir). De maatregel om af te zien van uitbetaling van de toeslag heeft echter geen gevolgen voor het materiële recht op een toeslag. Het materiële recht op een toeslag blijft namelijk onaangetast. Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken