Rb. Midden-Nederland 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4813
Bestuurdersaansprakelijkheid. Als komt vast te staan dat de bestuurder van een vennootschap de wijnflessen die zij in beheer had voor eiseres zonder toestemming van eiseres heeft verkocht, is sprake van verduistering van de wijnflessen door de vennootschap en kan de bestuurder worden beschouwd als feitelijk leidinggever (zie artikel 51 Sr). In zo'n geval, waarin sprake is van een misdrijf door een vennootschap en haar bestuurder gezamenlijk ter vergroting van de liquiditeit van de vennootschap, is het handelen van de bestuurder zeer ernstig verwijtbaar. Zo ernstig, dat dit een uitzondering rechtvaardigt op het uitgangspunt dat voor zijn aansprakelijkheid moet vaststaan dat hij op het moment van het hem verweten handelen wist of behoorde te begrijpen dat het slachtoffer van zijn handelen schade zou lijden, dat wil zeggen dat de vennootschap de vordering van eiseres tot schadevergoeding nooit zou voldoen en daarvoor ook geen verhaal zou bieden. De bestuurder moet bewijzen dat hij toestemming heeft gekregen. Slaagt hij daarrin niet, dan is hij aansprakelijk, ook al is de vennootschap nog actief. De vordering van eiseres op die vennootschap is namelijk niet meer volwaardig, omdat zij niet in staat is om de vordering tot schadevergoeding van eiseres volledig te voldoen en zij onvoldoende verhaal biedt. Vast staat dus dat eiseres (definitief) schade heeft geleden. De vordering van eiseres op de bestuurder is niet verjaard omdat de verjaring pas is gaan lopen nadat eiseres ermee bekend is geworden dat de vennootschap onvoldoende verhaal biedt.
De uitspraak op rechtspraak.nl