Rb. Midden-Nederland 18 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4475

Het bestuur van een stichting besluit haar onderneming voort te zetten in de vorm van een besloten vennootschap. Eén bestuurslid van de stichting zal de onderneming voortzetten en de andere vier bestuurders ieder krijgen ieder 2% van de aandelen van de nog op te richten vennootschap. De vennootschap wordt opgericht, maar de aandelen zijn wel uitgegeven aan twee nieuwe investeerders en aan het overgebleven bestuurslid, maar niet aan aan de andere vier. Die eisen nu nakoming van de afspraken en dat is ook wat er moet gebeuren. Dat het overgebleven bestuurslid zich daarvoor afhankelijk heeft gemaakt van de nieuwe investeerders, is haar eigen schuld en dus ook haar probleem.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen