Rb. Midden-Nederland 12 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4309
Bijzondere (en reguliere) bekostiging i.v.m. samenvoeging van scholen; Uitleg van het begrip ‘samenvoeging’: Er is alleen sprake van samenvoeging als leerlingen overgaan van de verdwijnende school naar de fusieschool, maar dit overgaan van leerlingen hoeft niet op één specifieke fusiedatum te gebeuren; Beroep gegrond Art. 4:49, eerste lid, onder a en b, Awb; Artt. 113, eerste lid, 120, eerste lid, 121, derde lid, 123, eerste lid en 134, negende lid, Wet primair onderwijs; art. 3, Regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs van 16 april 2015 Eiseres (hierna: de Stichting) heeft op 9 januari 2015 aangekondigd dat twee van de onder haar gezag vallende basisscholen per 1 augustus 2015 zouden fuseren. De Stichting heeft daarom van verweerder (hierna: de Minister) bekostiging gekregen in verband met deze fusie. Omdat in aanloop naar de fusiedatum ouders ervoor kozen om hun kinderen al in te schrijven bij de fusieschool, heeft eiseres de te kleine groepen van de verdwijnende school opgeheven. Daardoor had de verdwijnende school in het schooljaar 2014-2015 alleen nog een groep 8. Bij de bestreden besluitvorming heeft de Minister de verleende bekostiging teruggevorderd. Volgens de Minister is geen sprake van samenvoeging van scholen omdat daarvoor noodzakelijk is dat op de fusiedatum alle leerlingen, althans een substantieel deel daarvan, naar de fusieschool overgaan. Dat is hier niet het geval omdat er op de fusiedatum alleen nog groep 8-leerlingen waren. De Minister heeft de vordering gematigd in die zin dat de Stichting de bekostiging die zij de eerste twee jaren na de fusie heeft ontvangen niet hoeft terug te betalen, omdat er wél een uitgebreide voorbereiding is geweest en er wél leerlingen zijn overgegaan in het jaar vóórafgaand aan de fusie. De rechtbank is het met de Minister eens dat het overgaan van leerlingen noodzakelijk is om te kunnen spreken van een samenvoeging van scholen. Dit volgt uit de grammaticale uitleg van het begrip ‘samenvoeging’, de wetssystematiek van de Wet primair onderwijs (hierna: Wpo) en de toelichting bij de Regeling bijzondere bekostiging bij samenvoeging van scholen in het primair onderwijs van 16 april 2015 (hierna: de Regeling 2015). De rechtbank volgt de Minister ook waar hij stelt dat er een fusiedatum moet zijn en begrijpt de keuze daarbij voor de datum 1 augustus. De rechtbank is echter ook van oordeel dat noch uit de grammaticale uitleg, noch uit de wetssystematiek van de Wpo, noch uit de toelichting bij de Regeling 2015 volgt dat alleen sprake is van samenvoeging als alle leerlingen, althans een substantieel deel daarvan, óp de fusiedatum overgaan van de verdwijnende school naar de fusieschool. Dat per definitie sprake is van opheffing in plaats van samenvoeging als er op de fusiedatum geen leerlingen overgaan, volgt de rechtbank niet. Daarbij acht de rechtbank van belang dat een samenvoeging van scholen een (soms langdurig) proces is en niet alleen bestaat uit de integratie van leerlingenpopulaties, maar ook uit de integratie van personeel, middelen, huisvesting en organisatie. Eiseres heeft daarom de eerste zes schooljaren na de samenvoeging wel recht op bekostiging in verband met de samenvoeging. Verweerder mocht de verleende bekostiging niet terugvorderen. De rechtbank: 1) verklaart het beroep gegrond; 2) vernietigt het bestreden besluit; 3) herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit; 4) bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit; 5) draagt verweerder op het griffierecht te betalen aan eiseres; 6) veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres.
De uitspraak op rechtspraak.nl