Rb. Midden-Nederland 11 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4304

Kern van het geschil is de vraag of verhuurder de kosten voor het onderhoud aan de (kijk)tuin via de servicekosten mag doorberekenen. De huurcommissie oordeelt van niet. De kantonrechter oordeelt van wel. De kantonrechter is van oordeel dat aan de volgende criteria is voldaan: a) de tuin volgens contract deel uitmaakt van het gehuurde als onroerende aanhorigheid; b) overeengekomen is dat de dienstverlening van de verhuurder het tuinonderhoud omvat; c) de tuin (exclusief) bestemd is voor gebruik door bepaalde huurders; d) voorzieningen de beslotenheid waarborgen, de niet toegankelijkheid van niet-huurders. De huurcommissie koppelt de mogelijkheid om de kosten van het reguliere onderhoud te kunnen doorberekenen aan de huurders aan het feitelijke gebruik dat de huurders van de voorziening kunnen maken, althans aan het kunnen betreden van de tuin. Zij lijkt daarbij aan te knopen bij de ‘bereikbaarheidsmaatstaf’ die op een aantal plaatsen in het Besluit kleine herstellingen wordt gebezigd. Het standpunt van de huurcommissie komt de kantonrechter onjuist voor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen