Rb. Midden-Nederland 2 september 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4293

Reactieve aanwijzing. De rechtbank ziet in de totstandkomingsgeschiedenis van de wettelijke bepalingen geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de vraag of het aanwijzingsbesluit aan het (juiste) bevoegd gezag is gericht, bepalend is voor de totstandkoming van dat besluit. De reactieve aanwijzing ziet van rechtswege op de gehele omgevingsvergunning, omdat sprake is van een onlosmakelijke activiteit. Het gaat namelijk om het oprichten van een varkensstal, die behoort tot zowel de activiteit bouwen, afwijken van het bestemmingsplan als wijzigingen van een inrichting. Verweerder heeft ook in redelijkheid een reactieve aanwijzing kunnen geven. De beoogde omschakeling van een volledig grondgebonden veehouderij naar een gedeeltelijk niet-grondgebonden veehouderij is in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening Utrecht 2013, herijking 2016, ook al gaat het om een relatief kleine omschakeling naar biologische varkens. Verweerder heeft pas op de zitting voldoende gemotiveerd waarom het geven van een reactieve aanwijzing noodzakelijk was. Dat zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek wordt met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd. Er is wel aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beroep ongegrond. Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken