Rb. Midden-Nederland 21 augustus 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4219
B en W verlenen een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een pand teneinde twee bedrijfswoningen te creëren. GS van Utrecht gaat hiertegen in beroep omdat men van mening is dat de verleende omgevingsvergunning in strijd is met artikel 2.1, onder 4, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Dit artikel stelt, kort gezegd, dat per bouwperceel slechts 1 bedrijfswoning is toegestaan. De rechtbank oordeelt dat aan het besluit ook procedurele gebreken kleven, namelijk dat verzuimd is om toepassing te geven aan artikel 3.13 van de Wabo, terwijl ook de afgegeven verklaring van geen bedenkingen onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank ziet aanleiding om een beoordeling van deze procedurele gebreken achterwege te laten, nu de rechtbank met eiser van oordeel is dat de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 2.1, onder 4, van de PRV. B. en W. mocht de omgevingsvergunning dus niet verlenen wegens strijd met een hogere regelgeving. Nu de PRV niet voorziet in de mogelijkheid om vanwege deze strijdigheid een ontheffing aan te vragen bij GS (een hardheidsclausule is niet opgenomen in de PRV), zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien door de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl