Rb. Midden-Nederland 22 augustus 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3929
einduitspraak; Wob-verzoek; procesbelang; beoordeling geselecteerde 70 en overige 639 documenten; bedrijfs- en fabricagegegevens; onevenredige benadeling; persoonlijke beleidsopvattingen; gehanteerde weigeringsgronden zijn op (onderdelen) van een aantal documenten onvoldoende gemotiveerd; beroep gegrond verweerder moet nu nieuw besluit nemen. artikelen 10, lid 1, onder c, 10, lid 2, onder en g en 11, lid 1 Wob; artikel 10 EVRM, artikel 7:12 Awb. Wob-verzoek van AVROTROS om informatie van de minister van VWS over de kwaliteitsbewaking van producten van Terumo, waarbij gebruik wordt gemaakt van producten van Henkel, en correspondentie daarover met oa het RIVM en de IGZ. De rechtbank beoordeelt naast de 70 door AVROTROS geselecteerde documenten uit de tussenuitspraak ook de overige 639 documenten. De rechtbank oordeelt dat Henkel geen procesbelang meer heeft, nu zij instemt met het bestreden besluit zoals dat met aanpassingen uiteindelijk aan de rechtbank is voorgelegd. De rechtbank acht geen bijzondere omstandigheid aanwezig om terug te komen op het oordeel in de tussenuitspraak. Het beroep van AVROTROS op herziening als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb treft geen doel omdat dit artikel niet van toepassing is op een tussenuitspraak. Van het klakkeloos overnemen door verweerder van de zienswijzen van Henkel en Terumo is geen sprake. Verweerder heeft ook eigen opvattingen gegeven over de geheimhouding van de documenten, die ook niet zijn verouderd. Voor de 70 documenten in de tussenuitspraak oordeelt de rechtbank dat met de aanvullende motiveringen van verweerder de gebreken in de tussenuitspraak zijn hersteld. De motivering van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob, kunnen de weigering tot openbaarmaking van de (onderdelen van) documenten dragen. De rechtbank acht aannemelijk dat met openbaarmaking van de tabellen over klachten en de ‘complaint rate’ concurrenten van Terumo onevenredig zouden kunnen worden bevoordeeld. Voor de overige 639 documenten concludeert de rechtbank voor een aantal (onderdelen van) documenten dat de motvering van de weigeringsgronden tekort schiet en er documenten ontbreken. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een tweede bestuurlijke lus. Verweerder wordt daarom opgedragen een nieuw besluit te nemen
De uitspraak op rechtspraak.nl