Rb. Midden-Nederland 23 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3442

Verzoek om handhaving tegen het verstrekken en verwerken van gegevens via DIS Trefwoorden: Wet bescherming persoonsgegevens, Ex nunc toets na bestuurlijke lus, nieuw besluit, Wmg, Zvw, handhaving, DIS, medische gegevens, verwerking en verstrekking van medische gegevens, 8 EVRM, anonimisering en pseudo-anonimisering. Samenvatting: Einduitspraak na bestuurlijke lus. Eiseres heeft verzocht om handhavend op te treden tegen de verzameling, verwerking, en verstrekking aan derden van persoonsgegevens in het Diagnose-behandelcombinatie-informatiesysteem (DIS). NZa is als beheerder van DIS derde partij. Verweerster moest nader onderzoeken of de gegevens die de NZa verzamelt en zelf verwerkt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn wettelijke taken. Ook moest worden onderzocht of het verstrekken van gegevens aan de ACM, het CBS en ZiNL noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taak of taken. Tot slot moest verweerster onderzoeken en motiveren waarom zij niet handhavend heeft opgetreden in de richting van de NZa vanwege de onrechtmatige verstrekking van bijzondere persoonsgegevens aan de Minister van VWS en het CPB. Verweerster heeft vervolgens nader onderzoek gedaan en een aanvullende motivering gegeven, waarin zij het primaire besluit handhaaft. De rechtbank vindt dat de aanvullende motivering van verweerster moet worden aangemerkt als een nieuw besluit. Verweerster heeft er namelijk voor gekozen om het onderzoek ex nunc te verrichten en niet naar de stand van zaken ten tijde van het handhavingsverzoek. De rechtbank vindt die keuze overigens in dit geval aanvaardbaar. Verder volgt zij verweerster in haar standpunt dat de NZa medische gegevens gebruikt voor de uitvoering van zijn wettelijke taken en dat hij door middel van de PIA-procedure voorziet in een procedure die de noodzakelijkheid van dat gebruik (door middel van toetsing aan subsidiariteit, proportionaliteit en voorzienbaarheid) waarborgt. Dat geldt ook voor de gegevens die worden verstrekt aan ACM, CBS en ZiNL. Ook daarvoor is een wettelijke grondslag aan te wijzen in de Wmg en wordt gebruik gemaakt van de PIA-procedure. Verweerster heeft verder voldoende gemotiveerd waarom is afgezien van handhaving in de richting van het CPB, zij heeft echter niet goed gemotiveerd waarom zij niet handhavend heeft opgetreden tegen de verstrekking van gegevens aan de Minister van VWS. Anders dan verweerster stelt is er geen wettelijke grond aan te wijzen voor het verstrekken van medische persoonsgegevens van de NZa aan de Minister van VWS. Artikel artikelen 88 en 89 van de Zvw biedt die wettelijke grondslag namelijk niet. De gegevensverstrekking is onrechtmatig. Het beroep is op dat punt gegrond. Verder komt eiseres in aanmerking voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken