Rb. Midden-Nederland 10 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3367

Leerlinggewichten, bekostiging van scholen, ouderverklaringen, asielzoekerskinderen, COA-registratieformulieren, art. 6:22 Awb. Wetsartikelen: Art. 178a, tweede lid, aanhef en onder d, en art. 178c, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs; art. 6, eerste en tweede lid, art. 18, eerste-vierde lid, en art. 27, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO; art. 31, zesde lid, van de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 en aanpassing bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2017-2018; art. 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Samenvatting: Deze uitspraak ziet op de vraag of verweerder na een hercontrole het leerlinggewicht van 15 leerlingen van een school die onder het beheer van eiseres valt, mocht verlagen naar 0. Ten aanzien van 3 leerlingen geldt dat er gebreken kleven aan de door eiseres overgelegde ouderverklaringen, zodat het voor verweerder niet mogelijk was het leerlinggewicht te bepalen. Verweerder mocht daarom de gewichten van deze leerlingen verlagen naar 0. Eiseres stelt dat de andere 12 leerlingen asielzoekerskinderen zijn, zodat ten aanzien van hen de coulanceregeling geldt, die inhoudt dat verweerder geen ouderverklaring verlangt. Eiseres stelt verder dat het COA niet de door verweerder voor de onderbouwing van de asielzoekersstatus verlangde registratieformulieren verstrekt, maar dat met e-mails van het COA waarin staat dat een aantal van de leerlingen in een AZC hebben verbleven voldoende is aangetoond dat het om asielzoekerskinderen gaat. Verweerder stelt hierover dat eiseres de asielzoekersstatus ook met andere documenten dan COA-registratieformulieren had kunnen aantonen, namelijk met documenten als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 (de Regeling), en dat het feit dat de leerlingen in een AZC hebben verbleven hun asielzoekersstatus niet aantoont. Omdat verweerder eiseres in de besluitvormingsfase alleen om COA-registratieformulieren en niet om andere documenten heeft gevraagd, is de rechtbank van oordeel dat het eiseres niet kan worden verweten dat zij de asielzoekersstatus van de 12 leerlingen in de besluitvormingsfase niet met andere documenten dan COA-registratieformulieren heeft onderbouwd. Er is daarom sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank passeert dat gebrek omdat eiseres in beroep alsnog de asielzoekersstatus met documenten als bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Regeling kon onderbouwen, maar hierin niet is geslaagd. Dat de leerlingen in een AZC hebben verbleven toont hun asielzoekersstatus niet aan. Omdat eiseres niet heeft aangetoond dat de 12 leerlingen asielzoekerskinderen zijn, geldt voor hen niet de coulanceregeling maar de reguliere beoordeling. Dit betekent dat ten aanzien van deze leerlingen wel een ouderverklaring moet worden overgelegd. Omdat ook aan de ten aanzien van deze leerlingen overgelegde ouderverklaringen gebreken kleven, kon verweerder hun leerlinggewichten niet vaststellen. Verweerder mocht daarom ook de leerlinggewichten van de overige 12 leerlingen naar 0 verlagen. Het beroep is ongegrond. Vanwege het geconstateerde gebrek veroordeelt de rechtbank verweerder wel in de door eiseres gemaakte proceskosten. Verweerder moet ook het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen