Rb. Midden-Nederland 29 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2438
kinderopvangtoeslag, uitzondering op het uitgangspunt dat alle kosten voor kinderopvang binnen twee maanden na afloop van het berekeningsjaar moeten zijn voldaan Verweerder heeft bepaald dat eiseres geen recht heeft op kinderopvangtoeslag voor de opvang van één van haar kinderen bij een kinderopvanginstelling in de periode juli t/m oktober 2016, omdat zij niet voor de opvang in de maand oktober 2016 heeft betaald. De betaling van het restbedrag in september 2018 was volgens verweerder te laat. De rechtbank is van oordeel dat eiseres inderdaad geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over de maand oktober 2016, omdat niet is gebleken dat eiseres voor de opvang in die maand heeft betaald. Ten aanzien van de maanden juli t/m september 2016 moet naar het oordeel van de rechtbank echter een uitzondering worden gemaakt op het uitgangspunt dat alle kosten voor kinderopvang binnen twee maanden na afloop van het berekeningsjaar moeten zijn voldaan. Dat eiseres de volledige kosten voor de opvang in juli t/m september 2016 heeft betaald is namelijk niet in geschil. Daarbij heeft eiseres uitgelegd dat de kinderopvanginstelling in oktober 2016 plotseling is gesloten, dat zij toen in paniek is geraakt, dat zij twee dagen vrij heeft moeten nemen om een vervangende kinderopvang te regelen en dat zij daarna ook geen factuur meer heeft ontvangen van de kinderopvang. Verweerder heeft de kinderopvangtoeslag abrupt stopgezet. In deze hectiek heeft zij de betaling voor oktober gemist. De rechtbank acht dit aannemelijk. Verder heeft eiseres al in januari 2017 bewijsstukken over de kinderopvangtoeslag 2016 bij verweerder aangeleverd en daarmee gedaan wat zij kon om verweerder binnen twee maanden na afloop van 2016 te faciliteren bij de controle. Verder is niet in geschil dat eiseres de voorschotten kinderopvangtoeslag die zij over 2016 heeft ontvangen daadwerkelijk voor de opvang van haar kinderen heeft gebruikt. Ook volgt uit de door eiseres aangehaalde uitspraak van de ABRvS van 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:589, dat een uitzondering kan worden gemaakt op de regel dat geen aanspraak op kinderopvangtoeslag bestaat als de vraagouder niet kan aantonen dat hij het volledige bedrag aan kosten ook daadwerkelijk heeft betaald. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het niet redelijk om de gehele kinderopvangtoeslag die eiseres heeft ontvangen voor de periode juli t/m oktober 2016 terug te vorderen. Verweerder moet voor de maanden juli t/m september 2016 wel kinderopvangtoeslag aan eiseres verstrekken. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 6 weken opnieuw op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder moet eiseres verder de in beroep gemaakte proceskosten betalen en het griffierecht vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl