Rb. Midden-Nederland 23 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5794

Trefwoorden: vergunning, wegafsluiting, opstelplaats vrachtverkeer, verkeersmaatregelen, Noordse Bosje, Hilversum, procesbelang, verkeersbesluit, terugwerkende kracht, rechtsgevolg, inwerkingtreding, effectieve rechtsbescherming Wetsartikelen: artikel 15 Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Samenvatting: UTR 18/1113: Verweerder heeft met het verkeersbesluit verkeersmaatregelen getroffen met gelding tot en met 20 oktober 2017, waaronder het door plaatsing van hekken met borden voor bestuurders tijdelijk gesloten verklaren van de weg Noordse Bosje tussen Minister Hartsenlaan tot aan de ontsluiting van het parkeerterrein naast de Aldi supermarkt. Het verkeersbesluit is op rechtsgevolg gericht en in werking getreden op 28 september 2017. Anders dan verweerder stelt komt het verkeersbesluit geen terugwerkende kracht toe. Dat sprake zou zijn van terugwerkende kracht is niet in het verkeersbesluit vermeld. Bovendien ziet de rechtbank ook niet in hoe een dergelijk verkeersbesluit over het plaatsen of verwijderen van iets met terugwerkende kracht in werking kan treden. Daarbij is verder van belang dat dit doorgaans strijd zou opleveren met het rechtszekerheidsbeginsel en afbreuk doen aan het met een verkeersbesluit beoogde doel effectieve rechtsbescherming te bieden. Verder volgt de rechtbank eiseres in het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het toepassen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, die door verweerder van toepassing is verklaard op verkeersbesluiten. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Het beroep is gegrond. UTR 17/5236: Verweerder heeft met de vergunning het bouwbedrijf in staat gesteld door plaatsing van onder meer hekken een fysieke wegafsluiting van het Noordse Bosje vanaf de Minister Hartsenlaan tot aan de inrit van de Aldi supermarkt een opstelplaats voor vrachtverkeer te realiseren. De rechtbank overweegt dat uit de vergunning volgt dat beoogd is om een wegafsluiting te realiseren voor een periode van meer dan vier maanden. Uit artikel 15, eerste lid, van de Wvw 1994, in samenhang gelezen met artikel 37 van de BABW, volgt dat verweerder gehouden is een verkeersbesluit te nemen indien de omstandigheden die tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden. Van een dergelijk verkeersbesluit was op het moment van vergunningverlening geen sprake. Gelet hierop was de vergunningverlening onrechtmatig. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken