Rb. Midden-Nederland 14 februari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:571

Zakelijke borgtocht. Borgtocht afgegeven door A die a) (indirect) de enige bestuurder is van een B.V., b) tevens (indirect) houder is van 50% van de certificaten van de aandelen in die B.V., en c) samen met de operationeel directeur van de vennootschap (B) het bestuur vormt van de stichting die de aandelen in de B.V. houdt. B heeft (indirect) de andere 50% van de certificaten. De rechtbank oordeelt dat de borgtocht moet worden beschouwd als een zakelijke en niet als een particulire borgtocht. A was zo nauw verbonden met de onderneming van de vennootschap, dat hij in de praktijk als ondernemer kan gelden omdat hij door zijn positie als een van de twee bestuurders van de stichting en als houder van 50% van de certificaten zijn zeggenschap binnen de vennootschap en zijn financieel belang bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap heeft behouden. De omstandigheid dat B formeel geen bestuurder is van de vennootschap en A daardoor niet alleen ‘of met zijn medebestuurders’ de meerderheid van de certificaten heeft, is in dit kader van ondergeschikt belang. Het doel van de eis van artikel 7:857 BW (en artikel 1:88 lid 5 BW) is het vaststellen van een mate van zeggenschap van de borg over en financieel belang bij de B.V. die vergelijkbaar is met een eenmanszaak of vennootschap onder een firma. Daarom brengt een redelijke wetsuitleg mee dat daaraan ook is voldaan als (zoals in dit geval) de borg samen met een operationeel directeur van de onderneming alle (certificaten van de) aandelen in die onderneming houdt en het bestuur vormt van de stichting die al die aandelen houdt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen