Rb. Midden-Nederland 4 oktober 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4880

Wob, dexmethylfenidaat retard (verzoek2); openbaarmaking e-mailextensies; vervaardigen nieuw document; persoonlijke beleidsopvattingen en intern beraad; proceskosten; procederen als advocaat op eigen titel artikel 11 Wob De geweigerde informatie ziet op documenten (e-mailcorrespondentie, interne memo’s en conceptadviezen) die door het Zorginstituut Nederland (verweerder) zijn opgesteld naar aanleiding van een klacht van een verzekerde ingediend bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) over het niet vergoeden van het geneesmiddel dexmethylfenidaat retard door de zorgverzekeraar. De rechtbank is, mede gelet op wat bij de afzonderlijke documenten is overwogen, van oordeel dat de e-mails, de interne memo’s en de conceptadviezen van verweerder aan de SGKZ over het geneesmiddel dexmethylfenidaat retard ten behoeve van intern beraad zijn opgesteld. Verweerder heeft door openbaarmaking van de gelakte informatie in de e-mails op grond van artikel 11 van de Wob te weigeren, op juiste wijze uitvoering gegeven aan de Wob. Wat betreft de e-mailextensies van interne e-mails ziet de rechtbank niet in waarom verweerder deze niet openbaar heeft gemaakt. Verweerder heeft voor dat standpunt ook geen deugdelijke motivering gegeven. Verweerder moet alsnog de extensies in geprinte vorm aan eiser verstrekken. De rechtbank verwijst hiervoor naar haar oordeel in de uitspraak van 27 augustus 2018 (zaaknummer UTR 17/1960) met betrekking tot het eerdere Wob-verzoek van eiser. Het is de proceskeuze van eiser om in bezwaar voor zichzelf op te treden en niet namens zijn cliënt. Verweerder heeft de aan eiser toegekende vergoeding voor proceskosten voor door een derde verleende rechtsbijstand daarom in redelijkheid kunnen herzien en afwijzen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken