Rb. Midden-Nederland 17 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4362
De rechtbank wijst een voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af. De ontstane boedelachterstand is naar het oordeel van de rechtbank niet toe te rekenen aan schuldenares, maar aan haar beschermingsbewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder heeft zonder overleg met de toezichthoudende kantonrechter en in het zicht van de wettelijke schuldsaneringsregeling geld van de beheerrekening overgemaakt naar schuldenares in privé. De rechtbank draagt de beschermingsbewindvoerder op ervoor te zorgen dat de boedelachterstand zo spoedig mogelijk wordt ingelopen.
De uitspraak op rechtspraak.nl