Rb. Midden-Nederland 5 september 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4290
De rechtbank kan aan het einde van de regeling de termijn daarvan slechts verlengen als de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Verlenging is in dit stadium van de regeling niet meer mogelijk op andere dan wettelijke gronden, zodat het belang van de schuldeisers geen zelfstandige grond voor verlenging kan zijn. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1203).
De uitspraak op rechtspraak.nl