Rb. Midden-Nederland 26 juni 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2882

Wajonguitkeringsgerechtigde wordt in staat geacht om onder voorwaarde loonvormende arbeid te verrichten. UWV schakelt een jobcoach in om de uitkeringsgerechtigde te begeleiden bij het vinden van passend werk. Als gevolg van een arbeidsongeval bij de werkgever lijdt de uitkeringsgerechtigde schade, waarvoor de werkgever, die aansprakelijk is op grond van art. 7:658 BW, niet verzekerd blijkt te zijn. Uitkeringsgerechtigde stelt UWV en jobcoach aansprakelijk, omdat zij hun zorgplicht hebben geschonden door niet te onderzoeken of de aangeboden werkplek passend is, door geen toezicht te houden op de naleving van veiligheidsmaatregelen door de werkgever en hebben nagelaten te verifiëren of de werkgever was verzekerd voor zijn schade. De vordering wordt afgewezen, omdat UWV en de jobcoach aantoonbaar hebben onderzocht of de werkplek passend is. Op de jobcoach rust niet de verplichting om toezicht te houden op de naleving van veiligheidsvoorschriften en –maatregelen door de werkgever en UWV en de jobcoach zijn indien een uitkeringsgerechtigde op basis van een arbeidsovereenkomst bij een werkgever in dienst treedt, niet verplicht om te controleren of de werkgever adequaat is verzekerd. Een dergelijke verplichting volgt niet uit de wet en evenmin uit hetgeen naar ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Te meer niet nu het afsluiten van een dergelijke verzekering niet wettelijk verplicht is en UWV noch de jobcoach mogelijkheden heeft om het afsluiten van een verzekering af te dwingen. Een jobcoach en UWV hebben evenmin de mogelijkheid om bij het ontbreken van een adequate verzekering, het sluiten van een arbeidsovereenkomst tussen de uitkeringsgerechtigde en een werknemer tegen te houden. Dit in tegenstelling tot de situatie waarin iemand door middel van een proefplaatsing werkzaamheden bij een werkgever verricht of door zijn werkgever bij een derde wordt gedetacheerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen