Rb. Midden-Nederland 2 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2079
Ontbinding van het geregistreerd partnerschap verzocht. Duurzame ontwrichting gesteld, maar partijen stellen ook dat zij - kort na de ontbinding van het partnerschap - met elkaar in het huwelijk willen treden. Geen sprake van duurzame ontwrichting van het geregistreerd partnerschap in de zin van de wet. De rechtbank acht het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de specifieke omstandigheden van deze zaak toch toewijsbaar. Voorgenomen werkzaamheden van de man in het buitenland. Informatie van de gemeente waaruit blijkt dat een huwelijk dat tot stand is gekomen door omzetting vanuit een geregistreerd partnerschap internationaal inderdaad niet in alle landen wordt erkend en dat het moeilijk is om dit per land te achterhalen. Partijen hebben in dit geval een redelijk belang om eerst het geregistreerd partnerschap te beëindigen en daarna te huwen. Voldoende aannemelijk gemaakt dat er een gerede kans bestaat dat partijen vanwege de werkzaamheden van de man nadelige gevolgen zullen ondervinden van het feit dat partijen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, die niet weg zijn te nemen door het geregistreerd partnerschap om te zetten in een huwelijk. Geen alternatieve wegen voor partijen om tot een huwelijk met elkaar te komen dat internationaal zonder meer erkend zal worden. Partijen doen het doel van het vereiste van duurzame ontwrichting - te weten het niet te lichtvaardig scheiden - in dit geval geen geweld aan.
De uitspraak op rechtspraak.nl