Rb. Midden-Nederland 3 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1884
Verdachte heeft gedurende twee jaar met enige regelmaat en samen met anderen cocaïne verkocht aan verschillende personen. Door zijn handel in drugs heeft hij in de buurt veel overlast bezorgd. Kennelijk heeft verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin, zonder stil te staan bij de nadelige consequenties van zijn gedrag voor anderen. Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat op het handelen van verdachte niet anders kan worden gereageerd dan door het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. De rechtbank veroordeeld de man tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soort gelijk feit, het reclasseringsadvies en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Strafverzwarend weegt mee dat de man voor een langere periode, 2 jaar, heeft gedeald en dat bovendien sprake is van medeplegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl