Rb. Midden-Nederland 20 december 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6440

vovo hangende bezwaar, opschorting pgb, ernstige vermoedens van onjuist gebruik pgb 4:56 Awb Verweerder heeft het volledige recht op pgb van verzoekers opgeschort, omdat uit een onderzoek negen signalen naar voren zijn gekomen die volgens verweerder een ernstig vermoeden opleveren dat het pgb onjuist wordt gebruikt. Uit de geanonimiseerde verslagen van de huisbezoeken en het overzicht van bevindingen blijkt dat bij een groot aantal budgethouders het aantal geleverde uren zorg niet overeenkomt met de zorgovereenkomst en dat de eigenaar van de zorginstelling of familie van de eigenaar op enigerlei wijze administratief betrokken is bij de budgethouder. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder het recht op pgb daarom terecht opgeschort voor zover het om de zorg gaat die wordt ingekocht bij de zorginstelling. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom ook het recht op pgb voor zover het gaat om zorg die bij andere zorgverleners wordt besteed is opgeschort. De belangen van verweerder om het recht op pgb voor zover dat wordt besteed bij de zorginstelling op te schorten, weegt zwaarder dan het belang van verzoekers. Voor de zorg die niet bij de zorginstelling wordt afgenomen, zullen verzoekers het pgb ontvangen. Voor de zorg die bij de zorginstelling werd afgenomen, kunnen verzoekers eventueel met ondersteuning van verweerder gebruikmaken van zorg in natura. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening toe en schorst de primaire besluiten voor zover het gaat om het pgb dat bij de andere zorgverleners wordt besteed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen