Rb. Midden-Nederland 6 december 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6021

Eiser heeft in 2010 de levering van stadsverwarming door Nuon opgezegd. Nuon levert geen warmte meer, maar brengt ieder jaar het zogenaamde vastrecht in rekening voor de in de huurwoning bevindende installatie. Nuon beroept zich op haar algemene voorwaarden waarin is opgenomen dat gebruiker toestemming moet vragen aan de eigenaar van de woning om de installatie weg te laten halen. Dan zal geen vastrecht meer in rekening worden gebracht. Eiser legt de zaak voor aan de geschillencommissie Energie. De geschillencommissie stelt Nuon bij bindend advies in het gelijk. Partijen hebben zich verbonden dat het geschil aan de rechter kan worden voorgelegd binnen een termijn van twee maanden. Eiser legt de zaak aan de rechter voor nadat die termijn is verstreken. Eiser vraagt vernietiging op grond van artikel 7:904 BW dan wel nietig verklaring op grond van artikel 7:902 jo 3:40 BW. De kantonrechter oordeelt dat eiser ten aanzien van de vordering tot vernietiging van het bindend advies sprake is van niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de termijn op grond van artikel 3:55 lid 2 BW. In het verzoek tot nietigverklaring kan eiser wel worden ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een onredelijk beding in de algemene voorwaarden. De geschillencommissie had dit ambtshalve moeten toetsen. Door dat niet te doen en geen toepassing te geven aan artikel 6:233 BW is de uitspraak van de geschillencommissie in strijd met de openbare orde en derhalve nietig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken