Rb. Midden-Nederland 2 februari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:536

Bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp, publieke en semipublieke sector, bezoldigingsnorm, algemeen verbindend voorschrift, concretiserend besluit van algemene strekking, bevoegdheidsgebrek Artikel 2.4 en 2.5 van de Wet normering bezoldiging publieke en semipublieke sector, Wet verlaging bezoldigingsnorm (Wnt-2) Samenvatting: Besluit op verzoek op grond van de artikelen 2.4 en 2.5 van de Wet normering bezoldiging publieke en semipublieke sector (Wnt) om de topfunctionarissen van ziekenhuizen uit te zonderen van de toepasselijkheid van de verlaagde bezoldigingsnorm die is opgenomen in de Wet verlaging bezoldigingsnorm Wnt (Wnt-2) onbevoegd genomen. De bevoegdheid om een besluit te nemen op grond van deze artikelen is belegd bij “Onze Minister wie het aangaat” (verweerder) en “Onze Minister” (de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Voor een zelfstandige bevoegdheid van verweerder tot het afwijzen van verzoeken op grond van de artikelen 2.4 en 2.5 bestaat geen grondslag. Verzoek op grond van artikel 2.4 van de Wnt is terecht afgewezen, aangezien dit artikel geen mogelijkheid biedt tot de verzochte categorale uitzondering. Verzoek om de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.5 van de Wnt vast te stellen terecht niet-ontvankelijk verklaard. De betreffende ministeriële regeling is immers een algemeen verbindend voorschrift waartegen geen bezwaar openstaat. Bezwaar tegen de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp (de Regeling) terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de Regeling een algemeen verbindend voorschrift is waartegen geen bezwaar of beroep openstaat. Beroep gegrond met instandlating rechtsgevolgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken