Rb. Midden-Nederland 18 oktober 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:5279

Pandrecht en faillissement. Uitleg pandakte. Ook toekomstige vorderingen op groepsmaatschappijen zijn verpand. Geen onrechtmatige daad curator met betrekking tot toevoeging aan de boedelrekening van betalingen van debiteuren op bankrekening van failliet en op boedelrekening. Afstand van pandrecht op bepaalde facturen op grond van artikel 3:258 BW. Degene aan wie vorderingen zijn verpand heeft geen aanspraak op de boedel voor bevrijdende betalingen door debiteuren van failliet aan failliet. Het pandrecht is door die betalingen vervallen en de voormalig pandhouder heeft pas recht op betaling bij de uitdeling, overeenkomstig haar voorrang, na omslag van de faillissementskosten. De pandhouder heeft ook geen aanspraak op de boedel voor niet-bevrijdende betalingen door debiteuren aan de failliet, maar dient die debiteuren aan te spreken. Proceskostenveroordeling curator uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan eiseres toekomt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen