Rb. Midden-Nederland 21 september 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4856
“Artikel 13, derde lid, van de Subsidieregeling brengt mee dat er een diploma of ander bewijs moet zijn dat onderwijs is gevolgd. Het bewijsmiddel hoeft niet per se een diploma te zijn, maar het gevolgd hebben van het onderwijs kan ook met een ander bewijsstuk worden aangetoond. Op basis van de stukken in het dossier waaronder het rapport van de OI van 5 juni 2012 en de rapporten van de Rijksauditdienst stelt de rechtbank vervolgens vast dat [naam onderwijsinstelling] tijdens de voor deze procedure relevante periode niet beschikte over diploma-erkenning. [naam onderwijsinstelling] mocht dan ook geen onderwijs verzorgen of diploma’s verstrekken onder de noemer van crebo-opleidingen, althans voor zover de opleiding is gestart na 31 juli 2011. Dat [naam onderwijsinstelling] feitelijk wel diploma’s heeft uitgereikt, betekent niet dat er subsidiabele activiteiten zijn verricht, namelijk het verzorgen van volledige crebo-opleidingen. Ten onrechte uitgereikte diploma's zijn geen acceptabele bewijsmiddelen zoals die worden vereist in artikel 13, derde lid, van de Subsidieregeling.”
De uitspraak op rechtspraak.nl