Rb. Midden-Nederland 8 september 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4635

Verweerder heeft op grond van artikel 2.1.4.1 van de APV aan een derde een vergunning verleend voor onder meer een wegafsluiting van het Noordse Bosje vanaf de Minister Hartsenlaan tot aan de inrit van de Aldi op het Noordse Bosje in Hilversum. Verzoeksters zijn het hier niet mee eens en hebben de voorzieningenrechter verzocht het besluit te schorsen totdat op de bezwaren is beslist. Het belang dat verzoeksters hebben gesteld is alleen een financieel belang. Dit is in de regel op zichzelf onvoldoende om een voorlopige voorziening te treffen. Dit kan anders zijn als de betrokkene aannemelijk maakt dat hij door het betreffende besluit in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Verzoeksters hebben dit niet aannemelijk gemaakt. Met de verzoeken is daarom geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt. De voorzieningenrechter neemt hierbij ook in aanmerking dat, hoewel aan het besluit de nodige gebreken lijken te kleven, verzoeksters ook hieraan geen spoedeisend belang kunnen ontlenen, omdat de gebreken herstelbaar lijken in de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken van verzoekster 2 en 3 daarom af. Het verzoek van verzoekster 1 is niet-ontvankelijk, omdat verzoekster 1 geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken