Rb. Midden-Nederland 4 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4518
Partijen hebben een overeenkomst ter zake van telefoniediensten gesloten, voor de duur van één jaar met een opzegtermijn van 1 maand. De door de aanbieder op dat moment gehanteerde algemene voorwaarden waren van toepassing op de overeenkomst. De afnemer was geen consument in de zin van de wet, maar een zakelijke klant (‘business to business’). De afnemer heeft de overeenkomst opgezegd. Volgens de aanbieder was de overeenkomst echter nog onlangs verlengd voor twee jaar zodat de afnemer de nog resterende termijnen zou moeten voldoen voordat portering naar de nieuwe aanbieder zou plaatsvinden. Zij verwees daarbij naar haar gewijzigde algemene voorwaarden. Zij had een email aan de afnemer verzonden waarin zij dit heeft medegedeeld. De informatie is echter opgenomen in een tekst die tevens, of allereerst, lijkt te zijn bedoeld als reclame-uiting. Omdat door de afnemer niet op deze email is gereageerd, is het contract gewijzigd van een contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van één maand naar een contract voor twee jaar. De kantonrechter is van oordeel dat de aanbieder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 7.2 lid 1 Telecommunicatiewet ( OPTA/ACN/2009/203604 d.d. 5 januari 2010) omdat de informatie niet visueel duidelijk en ondubbelzinnig onder de aandacht van de abonnee is gebracht. Daardoor is de afnemer niet in staat is gesteld om op eenvoudige wijze te kunnen inschatten welke gevolgen de aangekondigde wijziging voor haar persoonlijk heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl