Rb. Midden-Nederland 26 juni 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3438

Trefwoorden: bestuurlijke boete; inburgeringsplicht Wetsartikelen: artikel 32, lid 1, Wi en artikel 5:4, lid 1, Awb Samenvatting: De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder aan eiseres ten onrechte een bestuurlijke boete wegens het niet voldoen aan de inburgeringsplicht heeft opgelegd. Nu de verblijfsvergunning van eiseres bij of krachtens artikel 19 van de Vw is ingetrokken, bestaat gelet op de tekst van artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering hiervoor geen wettelijke grondslag. De verwijzing van verweerder naar de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel 33086 (TK, vergaderjaar 2011-2012, nr. 3. p. 18 en p. 20) maakt dat niet anders. De bestuurlijke boete is in strijd met artikel 5:4 , lid 1, van de Awb opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen