Rb. Midden-Nederland 21 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2677

Trefwoorden: Wob Samenvatting: Verweerder heeft de verzoeken van eiser om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat eiser bij zijn Wob-verzoeken geen publiek belang heeft gesteld en de Wob daarom niet van toepassing is, en subsidiair dat sprake is van misbruik van recht. De rechtbank stelt voorop dat de indiener van een Wob-verzoek bij zijn verzoek geen belang hoeft te stellen, omdat het belang is gelegen in openbaarmaking. Daarnaast bieden de Wob-verzoeken van eiser ook geen aanleiding voor de conclusie dat er geen algemeen belang bij openbaarmaking zou zijn en heeft eiser wel een publiek belang bij openbaarmaking gesteld. De stelling van verweerder dat de Wob niet van toepassing zou zijn is dus onjuist. Dat sprake is van misbruik van recht heeft verweerder onvoldoende onderbouwd. Verder is onduidelijk op welke bezwaren verweerder precies heeft beslist. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand gekomen is en niet deugdelijk is gemotiveerd en daarom vernietigt de rechtbank dit besluit. Verweerder zal een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken