Rb. Midden-Nederland 19 mei 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2524
Verzoek om handhaving van derde-partij aan B&W Bunnik om te voorkomen dat eiser in de maanden mei tot en met oktober de Steenovenweg in Werkhoven overdag volledig afsluit met hekken voor de beweiding van zijn koeien. De rechtbank kan op grond van de beschikbare gedingstukken niet vaststellen dat de Steenovenweg na de herinrichting op grond van de Landinrichtingswet geen openbare weg meer is, waardoor alle verjaringstermijnen van de Wegenwet zijn komen te vervallen. De rechtbank oordeelt dat verweerder op basis van zes getuigenverklaringen aannemelijk heeft kunnen achten dat het gedeelte van de Steenovenweg ten zuiden van de N229 dat loopt over eisers perceel langs zijn koeienstal, een openbare weg is in de zin van artikel 4, eerste lid, onder I, van de Wegenwet. De getuigen hebben allen verklaard dat zij regelmatig gebruik hebben gemaakt van de Steenovenweg. Daarnaast hebben zij allen verklaard dat zij in de door hen genoemde periode geen toestemming hebben gevraagd om de Steenovenweg te gebruiken, dat aan hen nimmer de toegang tot de weg is geweigerd, dat zij geen bordje met het opschrift ‘eigen weg’, ‘verboden toegang’ of een afsluitbaar hek hebben gezien. Dit beeld wordt bevestigd in de door Van Impelen in zijn brief van 26 mei 2015 verstrekte informatie naar aanleiding van een door hem geschreven artikel over het buurschap “Wonen in buurtschap De Steenoven”. De getuigenverklaringen en de brief van 26 mei 2015 van Van Impelen bieden hiermee een eenduidig en betrouwbaar beeld over het gebruik van de Steenovenweg in de periode van belang. Het beeld dat de Steenovenweg gedurende een periode van 30 jaar voorafgaande aan het bestreden besluit niet afgesloten is geweest wordt verder ook nog ondersteund door de kadastrale kaarten die derde-partij heeft overgelegd. Daartegenover staat dat eiser geen bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de Steenovenweg in het verleden niet voor een ieder toegankelijk is geweest of door het bevoegd aan het openbaar verkeer is onttrokken, waardoor de weg op grond van artikel 7 van Wegenwet opgehouden heeft openbaar te zijn. De rechtbank overweegt tenslotte dat ook, gelet op de verkeersfunctie van de Steenovenweg, de weg als openbaar is aan te merken. Het betreft van oorsprong een doorgaande weg van Werkhoven naar Driebergen, terwijl het gedeelte ten zuiden van de N229 niet doodlopend is, maar uitkomt op de Leemkolkweg. Voorts wordt de weg feitelijk gebruikt door postbezorgers, afhaaldiensten en door wandelaars. De rechtbank oordeelt dat verweerder het verzoek om handhaving terecht heeft afgewezen omdat eiser ten tijde van het besluit niet in overtreding is.
De uitspraak op rechtspraak.nl