Rb. Midden-Nederland 5 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1676
Op 31 oktober 2006 heeft eiser met ASAM N.V., een dochtermaatschappij van ASR Nederland N.V. (hierna: ASR), een vaststellingsovereenkomst (schikking) gesloten waarbij eiser tegen betaling van een bedrag van € 700.000,-- afstand heeft gedaan van mogelijke vorderingen die hij heeft of zal hebben in verband met diverse geschillen tussen partijen die zijn ontstaan tijdens en na de verkoop in 2003 door eiser van zijn aandelen in PSL Financiële Adviesgroep B.V. en PSL Groep B.V. aan P&K Holding B.V. (welke vennootschap handelde onder de naam Hestia). In deze procedure vordert eiser vernietiging van deze vaststellingsovereenkomst wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, en vergoeding door ASR van de schade die hij door het onrechtmatig handelen van ASR heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot vernietiging is verjaard. Dit heeft tot gevolg dat de vaststellingsovereenkomst als geldig moet worden aangemerkt, en dat eiser geen vordering kan instellen terzake van beweerdelijk onrechtmatige handelingen die onder de vaststellingsovereenkomst vallen. Dat is alleen anders als - zoals eiser heeft gesteld - een beroep door ASR op de vaststellingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dat is volgens de rechtbank niet het geval. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser dan ook af. ASR heeft een tegenvordering van € 140.000,-- ingediend bestaande uit contractuele boetes die eiser verschuldigd zou zijn wegens het 14 keer overtreden van het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen verbod om zich publicitair of anderszins negatief uit te laten terzake van de geschillen die vallen onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst. De rechtbank concludeert dat deze vordering niet is verjaard, en dat eiser zich in 9 gevallen niet aan dit verbod heeft gehouden, zodat hij een contractuele boete van € 90.000,-- verschuldigd is. Voor matiging van deze boete is geen grond. De rechtbank wijst de tegenvordering van ASR derhalve toe tot een bedrag van € 90.000,--.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 128 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:89 BW6
- Artikel 6:94 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:253 BW6
- Artikel 6:254 BW6
- Artikel 3:51 BW3
- Artikel 3:52 BW3
- Artikel 3:310 BW3
- Artikel 3:316 BW3
- Artikel 3:317 BW3
- Artikel 3 Wcod
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 3 EVO
- Artikel 10 EVO