Rb. Midden-Nederland 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5881
Eiseres heeft verzocht om eerste inrichting van haar school. Uitgangspunt is dat bij een eerste inrichting recht op bekostiging bestaat. Eiseres hoeft in zo’n situatie de noodzaak van de eerste inrichting niet te onderbouwen. In dit geval is dat echter anders. Eiseres heeft 10 jaar gewacht met het doen van een aanvraag voor deze voorziening. Er waren inmiddels twee andere aanvragen door verweerder afgehandeld en verweerder verkeerde in de veronderstelling dat met de besluiten tot toekenning van de bedragen in 2006 en 2011 voor de eerste inrichting van de school, het traject van bekostiging van eerste inrichting van de nieuwbouw in 2001 was afgerond. Dit komt de rechtbank gelet op het tijdsverloop ook niet onbegrijpelijk voor. Het ligt daarom op de weg van eiseres om de noodzaak voor eerste inrichting aan te tonen. Eiseres is er niet in geslaagd om de noodzaak van de gevraagde voorziening met de door haar overgelegde jaarrekeningen te onderbouwen. Dit betekent dat de weigeringsgrond van artikel 76k, eerst lid, aanhef en onder f, van de Wvo zich voordoet. Verweerder heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen, omdat de noodzaak voor de gevraagde voorziening ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl