Rb. Midden-Nederland 22 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5095
Opsporingsbevoegdheid als Boa, betrouwbaarheid, onbesproken gedrag Artikelen 2 en 17 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO), onderdeel 3.3 Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar Samenvatting: Verweerder heeft de aanvraag van eisers werkgever om verlenging van eisers opsporingsbevoegdheid als Boa afgewezen. Op grond van de uitspraak van het Gerechtshof van 11 september 2015 - waarbij bewezen verklaard is dat eiser het strafbare feit (mishandeling) heeft gepleegd, maar hem geen straf of maatregel is opgelegd - en de adviezen van de korpschef en de hoofdofficier heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser buitensporig geweld heeft gebruikt, dat hij niet langer van onbesproken gedrag is en daarom onvoldoende betrouwbaar is om de functie van Boa uit te oefenen. Verweerder heeft ter zitting uitgelegd dat het arrest van het Gerechtshof van doorslaggevend belang is geweest voor de beoordeling van de betrouwbaarheid. Eiser is daarbij strafbaar bevonden aan het plegen van een geweldsmisdrijf, terwijl van een Boa wordt verwacht dat hij zich altijd moet kunnen beheersen. Verweerder heeft een belangenafweging gemaakt, waarbij aan het belang van de samenleving meer waarde wordt gehecht dan aan het belang van eiser. Verweerder heeft verder uitgelegd dat het niet zo is dat iemand uitsluitend van onbesproken gedrag is, als hij niet strafrechtelijk is veroordeeld. De rechtbank heeft overwogen dat een belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij alle omstandigheden van het geval moeten worden betrokken. Het enkel noemen van deze omstandigheden, waarbij uitsluitend wordt vermeld dat ze niet kunnen afdoen aan de justitiële gegevens is onvoldoende om te kunnen spreken van een concrete en kenbare belangenafweging. In het bijzonder heeft verweerder geen uitleg gegeven waarom wel grote waarde wordt gehecht aan de bewezenverklaring door het Gerechtshof, maar niet aan het niet straf- of maatregelwaardig zijn van de gedraging. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij het incident heeft afgewogen tegen de wijze van afdoening door het Gerechtshof. Het besluit berust niet op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank ziet geen aanleiding een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl