Rb. Midden-Nederland 5 augustus 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:4626

De school van verzoeker heeft verzoeker in de gelegenheid gesteld om, in strijd met het Eindexamenbesluit VO, twee herexamens af te laten leggen, waarvan verzoeker er één heeft gehaald en één niet. De Inspecteur-Generaal heeft beide examens ongeldig verklaard omdat sprake is van een onregelmatigheid. Daarnaast is verzoeker in de gelegenheid gesteld een van beide examens opnieuw af te leggen op 12 augustus 2016. Tegen dat besluit is bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd, omdat het in de omstandigheden van verzoeker onwenselijk is om opnieuw examen te moeten afleggen op 12 augustus 2016. Partijen zijn het er over eens dat de school in strijd met art. 51 van het Eindexamenbesluit VO heeft gehandeld. Partijen verschillen van mening over de vraag of dit een ongeldigverklaring van beide examens tot gevolg moet hebben. Art. 43 van het Eindexamenbesluit VO schrijft voor dat in zo’n situatie een belangenafweging verricht moet worden. De verrichte belangenafweging is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontoereikend. Er is onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden van verzoeker en het gegeven dat verzoeker niet de negatieve gevolgen dient te dragen van een fout van de school. De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit van de Inspecteur-Generaal.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen