Rb. Midden-Nederland 22 april 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:2342

Eisers hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage rechtsbijstand. Verweerder heeft dit afgewezen en stelt zich op het standpunt dat deze kosten in geval van eisers niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, omdat dergelijke kosten behoren tot incidenteel voorkomende algemeen gebruikelijke noodzakelijke kosten van bestaan. Volgens verweerder is er slechts dan geen sprake van incidenteel voorkomende algemeen gebruikelijke noodzakelijke kosten van bestaan indien het gaat om een tweede of volgende bijdrage binnen een periode van twaalf maanden of indien het gaat om griffierechten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft onderbouwd waarom het maken van kosten voor rechtsbijstand reeds in het algemeen is aan te merken als een algemeen gebruikelijke, zij het incidenteel voorkomende, kostenpost. De kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd vloeien wel voort uit bijzondere omstandigheden. Voor zover verweerder tot slot heeft bedoeld de aanvraag af te wijzen op de grond dat de kosten in het algemeen kunnen worden voldaan uit de bijstand, omdat de eigen bijdrage inkomensafhankelijk is, berust dit op een onjuist uitgangspunt. Deze conclusie kan niet worden getrokken uit het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand. Nergens blijkt uit dat de wetgever met onderhavige inkomensafhankelijke bijdrage tot uitdrukking heeft willen brengen dat personen met een minimum inkomen altijd uit dat inkomen de eigen bijdrage kunnen betalen. Verweerder had dan ook moeten onderzoeken of eisers in hun geval de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand konden betalen. Verweerder heeft dat niet gedaan. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken