Rb. Midden-Nederland 6 april 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:1744
Opeisbaarheid regresvordering. Derde (A) verbindt zich hoofdelijk als schuldenaar voor schuld van B en betaalt alles. Hierna sluiten beide hoofdelijk schuldenaren stilzwijgend een overeenkomst, inhoudend dat B, zodra zij een redelijk inkomen zou hebben, met A een betalingsregeling treft, waarbij de looptijd en de hoogte van de termijnbedragen in overleg worden bepaald. Vervolgens maakt B duidelijk dat zij zich niet meer aan deze overeenkomst gebonden acht, waarna A hetzelfde doet. Op dat moment is de regresvordering van B op A opeisbaar geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 127 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 137 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 146 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 154 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 164 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:3 BW6
- Artikel 6:11 BW6
- Artikel 6:38 BW6
- Artikel 6:44 BW6
- Artikel 6:52 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:127 BW6
- Artikel 6:228 BW6
- Artikel 3:34 BW3